Volledig

Volledig

De mate van je gewaarzijn wordt bepaald door de ruimte die je jezelf toestaat in de oneindigheid. De ruimte die je jezelf toestaat kennen we als geest en die ruimte wordt bepaald door je zelfbeeld. De geest werkt als een projectiescherm en reflecteert wat je denkt te zijn (het zelfbeeld). Dat is wat je je als jezelf gewaar bent. Dat ben ik. Deze reflectie van je zelfbeeld op dat moment bepaalt je handelen. Het is je referentiekader.

Dus in de beperking binnen de oneindigheid wordt waargenomen wat je ten onrechte denkt te zijn, maar in feite niet bent (advaita: neti, neti……). Wat wordt waargenomen is de projectie van ‘karma’ en dat noemen we ‘ik’.  In dit verband is het interessant om de ‘mythe van de grot’’  van Plato te lezen.

Karma is de neerslag van onvolledige handelingen. Wanneer we spreken over ont-wikkeling of op-lossen dan wordt er gerefereerd aan dat karma. Lot is datgene wat je als gevolg hiervan ‘toevalt’ (wat je zaait…..).

Aangezien karma veroorzaakt wordt door on-volledige handelingen zal het oplossen hiervan plaats moeten vinden door volledige handelingen. De mogelijkheid hiertoe doet zich op ieder moment aan ons voor door dat wat je ‘toevalt’, fysiek of mentaal (gedachten, gevoelens, etc.).

Een onvolledige handeling komt voor uit karma, uit wat we denken te zijn. Derhalve zal een volledige[1] handeling voortkomen uit wat we werkelijk zijn. Een handeling zonder het misverstand van ‘ik, mij en mijn’ oftewel ego. We noemen dat om die reden een ‘vrijblijvende’ handeling een handeling die niet uit karma (zelfbeeld) voortkomt en dus geen karma veroorzaakt.

Een handeling die werkelijk uit ons Zelf voortkomt noemen we o.a. creatief (Crea=Ziel). In de Bijbel wordt dit aangeduid met ‘opdat Uw wil geschiede’.

Wanneer door het beperkte gewaarzijn van een mens zijn zelfbeeld wordt getoond en de mens noemt dat ‘ik’ dan is die mens afwezig. Hij is van zijn Wezen af. De handeling uit afwezigheid[2] veroorzaakt karma. Een handeling uit aanwezigheid veroorzaakt geen karma. Het is niet zwart/wit, er zijn uiteraard verschillende staten van afwezigheid. Maar er is maar één staat van aanwezig zijn. Deze staat wordt ook wel de meditatieve staat genoemd. Om die reden zou het beter zijn om de woorden ‘ik ga mediteren’ te vervangen door ‘er wordt door mij een oefening[3] gedaan om tot meditatie te komen’. In het eerste geval probeer je ‘ik’ tot meditatie te krijgen, hetgeen onmogelijk is. ‘Ik’ is namelijk de oorzaak van afwezigheid.  Tot meditatie komen, gebeurt door ‘herinneren’.  Niet iets in het bijzonder herinneren, maar herinneren in de zin van opnieuw (her) naar binnen gaan (inneren). Dit ‘naar binnen gaan’ betekent bevrijden van/afstand nemen van ‘ik, mij en mijn’ waardoor de sluier (kosha) die als gevolg van karma over de staat van meditatie ligt, wordt opgelost.

[1] Het begrip volledig heeft betrekking op ontwikkeling/oplossen. Alles wat zich aan ons voordoet doet zich voor als een vraag en is derhalve onvolledig. Het geven wat nodig is, leidt tot vervulling. In de vervulling (vol) wordt het opgelost en is er niets meer (ledig). Alles wat zich aan ons voordoet, bepaalt onze functie van dat moment en dat wat zich aan ons voordoet, bepaalt wat er nodig is, niet ‘ik’. Als gegeven wordt wat nodig is, door herinneren, dan is de functie (van dat moment) vervuld. Deze vervulling is een moment van realisatie.

[2] In dit verband heeft aan- of afwezigheid betrekking op Gewaarzijn.

[3] Een oefening is alleen effectief als het tot verruiming van gewaarzijn leidt, waardoor het ‘herinneren’ makkelijker herinnerd wordt.

Johan Schoots