Toelaten

Toelaten

Loslaten is een staat. Een staat wordt gekenmerkt door bewegingloosheid omdat het allesomvattend is. Aan een beweging gaat een wens vooraf. Wanneer je in een allesomvattende staat verkeert, wat zou er dan gewenst moeten worden? De voorwaarde voor beweging is dat er twee zijn: dat wat wenst en dat wat gewenst wordt. Dit is wat in Sanskriet dvaita (twee) genoemd wordt, dualiteit. Advaita (a=niet), dus niet-twee, betekent non-dualiteit en duidt op een staat.

De vergissing die we aanvankelijk maken, is dat we denken dat we niet-twee (advaita) moeten máken of moeten zoeken. Het is gebaseerd op de misvatting dat we onvolmaakt zijn. Dat we zondaar zijn smiley. Maar zondaar betekent feitelijk ‘zonder Waarheid zijn’ en heeft uitsluitend betrekking op een handeling die van de mens uitgaat en niet op wat de mens ís. Dit alles leidt tot ‘doen’ en vooral tot ‘zoeken’. Al ons doen/zoeken wordt dus vooraf gegaan door wensen. Als we onze wensen nauwkeurig beschouwen dan zien we dat ze herleid kunnen worden tot slechts drie categorieën. In alle verschillende gradaties zijn dat: de wens tot (eeuwig) leven, de wens tot (alle) Kennis en de wens tot (blijvend) Geluk. Hoewel al deze drie wensen in ieder mens werkzaam zijn, zal afhankelijk van het type mens één van deze drie overheersen.

In het Sanskriet wordt de term Sat-Chit-Ananda gebruikt. Dit duidt op de drie-eenheid van de mens. Vrij vertaald: Bewustzijn-Kennis-Gelukzaligheid[1]. Het alles omvattende geheel voor deze drie-eenheid wordt aangeduid met de woorden Liefde, Waarheid, Weten, Zijn, etc. Deze drie-eenheid is wat een mens is. Het feit dat een mens hiernaar op zoek gaat, omdat hij dit in een of andere vorm wenst, betekent dat hij het kwijt denkt te zijn. Maar als een mens dat alles ís, kan hij het dus niet kwijt zijn. Hij is het! Onwetendheid is dus onwetend omtrent wat je werkelijk bent. Als gevolg hiervan creëren we een soort van parodie op onszelf en noemen die ‘ik’. Die ‘ik’ wordt vervolgens het uitgangspunt/referentiekader van al ons handelen en is de veroorzaker van karma. Karma fungeert feitelijk als een waarschuwing, het zegt ons: ‘je hebt het Ware geschuwd’. Dit heeft ook betrekking op onze vorige bestaansvormen.

Als we iets afwijzen, bijvoorbeeld omdat we denken dat het slecht is of iets dergelijks, dan wijzen we in feite onze gedachte over dat iets af en niet dat iets zelf. Alles wat zich aan de mens voordoet, doet zich echter voor als een vraag en de vraag is: ‘kom tot oplossen’. Dat heeft geen betrekking op datgene wat zich aan ons voordoet, maar op de gedachte/mening die ons beheerst[2]. Deze meningen hebben we ooit toegelaten en we staan ze nu toe ons te beheersen. Het proces dat we spirituele ontwikkeling noemen, heeft dan ook betrekking op het oplossen van onze vóóringenomenheid.

Toelaten kun je op verschillende manieren verklaren. Een mogelijkheid is, dat je iets toelaat omdat je het toestaat zijn functie te kunnen vervullen. Met betrekking tot bovenstaande tekst zou je het toe kunnen laten om zijn functie te kunnen vervullen. Dat betekent dat je toestaat om de kennis die het in zich draagt, zijn werk te kunnen doen. Dat betekent het oplossen van vooringenomenheid. Dus beperk de invloed van ‘ik’ zoveel mogelijk. Laat het toe om de werking van oude gewoonten op te lossen. Zie af van meningen, gedachten en ideeën want ze horen bij wat je níet bent. Weet: ‘het werk vindt in het verborgene plaats’. Het resultaat maakt zich uitsluitend kenbaar in de kwaliteit van handelen, zowel fysiek als mentaal.

Toelaten kan ook betrekking hebben op de vergissingen die we allemaal maken. We zien en accepteren[3] ze en tooien onszelf met een innerlijke glimlach, zoals die van de Mona Lisa.

 

 


[1]In andere tradities wordt de drie-eenheid van de mens vanuit andere begrippen weergegeven, deze zijn afhankelijk van tijd en plaats.

 

[2] Dit misverstand is de oorzaak van geweld/vernietiging.

[3] Accepteren wordt gekenmerkt door geen mening te hebben.

Johan Schoots