HERINNEREN

HERINNEREN

Als iemand ons vraagt ‘Hoeveel is drie maal vier?’ dan zullen de meesten zonder aarzeling ‘Twaalf.’ antwoorden. Waar komt dat antwoord vandaan? ‘Uit het geheugen’, zult u zeggen en dat klopt ook. Maar hoe is het daar gekomen en hoe kan ik dat als antwoord geven? Het is er gekomen omdat we geleerd hebben dat drie maal vier twaalf is. Vervolgens is dat opgeslagen in iets wat we geheugen noemen. Op het moment dat de betreffende vraag zich voordoet, volgt er als vanzelf een beweging naar binnen, naar de herinnering die ligt opgeslagen in het geheugen en herkend wordt met betrekking tot de vraag, om vervolgens geactiveerd te worden. Dat antwoord is dan feitelijk de herinnering, die gevonden wordt door herinneren en herkennen.

Bij onze meeste handelingen werkt het op die manier. Er ontstaat een verbinding met de betreffende herinnering die in het geheugen ligt opgeslagen. Vervolgens wordt door de herinnering het antwoord gegeven. Dit is in een notendop de werking van ons instrument dat wij (ten onrechte) ‘ik’ noemen. ‘Ik doe dit, ik doe dat’, enz. Maar het is niet anders dan de inhoud van de herinnering op dat moment die  ons instrument doet handelen. We noemen dat een mechanische handeling, een onbewuste handeling of een handeling in onwetendheid. Het is het bekende gewoontepatroon.

Het bovengenoemde voorbeeld is vrij onschuldig. Maar het werkt op deze manier op alle vlakken in vrijwel alle situaties. De tegenzin die we voor iets ervaren, is niet anders dan de werkzaamheid van de inhoud van een herinnering die betrekking heeft op de wijze waarop die ooit is opgeslagen. En toch zeggen we, ‘IK heb daar geen zin in’, terwijl het uitsluitend de werking van een herinnering betreft en dus niets met ‘ik’ te maken heeft. Al onze herinneringen zijn tot stand gekomen door imitatie (leren) en door ervaringen die we, als gevolg van de situatie en onze staat op dat moment, een bepaald kleurtje hebben meegegeven. Die staat kan angst, blijdschap, tegenzin of wat dan ook geweest zijn. Ze krijgen vorm door opvoeding, scholing, cultuur, e.d. Al deze herinneringen hebben één ding gemeen: ze zijn veroorzaakt in het verleden en vertegenwoordigen het verleden. Met andere woorden, wij proberen een situatie die zich NU voordoet op te lossen met iets dat in het verleden tot stand gekomen is. Dat gaat vaak mis. Natuurlijk is de kennis van de ‘alledaagse’ dingen, de vaardigheden die we ons eigen gemaakt hebben, heel nuttig. Maar zolang het mechanische handelingen zijn (handelingen die uit en door herinnering plaats vinden en die we dan aan ‘ik’ toekennen), dragen ze bij aan de situatie in de wereld (onder wereld verstaan we de situatie die door ons op de  aarde is veroorzaakt) en niet aan ontwikkeling.

Uit bovenstaande kunnen we afleiden dat herinneren steeds plaatsvindt. Het is echter een mechanisch, onbewust gebeuren dat niet tot verbinding leidt. Het is een handeling in (mentale) slaap. Vandaar ‘Ontwaak, Ontwaak, …’. Om tot verbinding te komen moet er aan de wet van drie beantwoord worden (zie ‘Meditatie’). Er wordt veel gesproken over ‘aandacht geven’ en ‘tot jezelf komen’. Maar wat is dat en wat gebeurt er dan?

Wanneer we iets wat zich aan ons voordoet aandacht geven, dan komt het binnen het gewaarzijn. Dan is er verbinding. Dat is een heel bijzonder moment, meestal van korte duur. Want als er gewaarzijn is, dan is er geen gewoontepatroon en dat zijn we niet gewend. Gewaarzijn vertegenwoordigt de staat van Zijn en het gewoontepatroon is ‘hebben’ ( gedicht ‘Hebben en Zijn’, Ed Hoornik). Meditatieoefeningen zorgen er o.a. voor dat het gewoontepatroon overstegen wordt om van hebben tot (bewust)zijn te komen.

Wat gebeurt er nu echt als er aandacht wordt gegeven, als dat wat zich aan ons voordoet binnen gewaarzijn komt? Als we ons gewaar worden dat we staan of ruiken of proeven of ademhalen? Dan worden we ons gewaar van de werking van de zintuigen en de informatie die ze verschaffen. Dat is heel belangrijk, want de zintuigen zijn de instrumenten om tot kennis te komen en zolang we in ‘slaap’ zijn, zal dat niet volledig lukken. We zullen dan alleen het idee van ‘weten’ hebben, veroorzaakt door het gewoontepatroon, maar niet het werkelijke weten. Want er is geen verbinding.

We kennen onze vijf zintuigen, horen, voelen, proeven, zien en ruiken, hoofdzakelijk in hun fysieke vorm en de werking die daar bij hoort. Onze zintuigen komen echter voort uit en zijn verbonden met de elementen, respectievelijk ruimte, lucht, water, vuur en aarde. Deze elementen hebben behalve een grove (fysieke) vorm ook een subtiele (mentale) vorm en een causale vorm. De laatste is moeilijk te omschrijven, maar je zou dat kunnen zien als de blauwdruk van de schepping. Behalve dat het fysieke lichaam van een mens uit deze elementen is opgebouwd, zijn ook de eigenschappen van die elementen bij ieder mens aanwezig. Echter in een verschillende samenstelling waarbij vaak de eigenschappen van één bepaald element overheerst. Een mens is dan op een bepaalde manier geaard. Vandaar eigen-aard-ig-heden.

Herinneren, opnieuw naar binnen gaan, is het proces van verdiepen. Dat wil zeggen dat het gewaarzijn  zich beweegt van afwezig naar aanwezig. Met andere woorden, het verlaat het gewoontepatroon om tot Zichzelf te komen (Zich te verenigen). Het gewaarzijn zal als gevolg van de verdieping tot een andere waarneming komen, een waarneming die veel subtieler is. Dat komt omdat het gewaarzijn gaat deelnemen aan de subtielere vorm van de zintuigen. Onder deze omstandigheid gaan kenmerken zoals aanvoelen, helderziendheid, e.d. zich aandienen. Dit alles leidt tot een grotere (diepere) kennis over wat zich aan ons voordoet en daarmee geeft het meer kwaliteit aan ons handelen. Wat voor ons zelf (wat je zaait…) en voor de wereld een weldaad is. Verdiepen begint dus bij herinneren en zorgt ervoor dat het gewaarzijn zich met aandacht voor de werking van de zintuigen beweegt van grof naar fijn. Van onwetendheid (slaap) naar Weten. Vergeet echter niet dat alles wat zich aan ons voordoet uitsluitend gekend kan worden door herkenning (opnieuw kennen). Dat betekent dat alle kennis, weliswaar in versluierde toestand, in ons aanwezig is (Socrates).

De foto die ter illustratie voor dit artikel gekozen is, symboliseert het proces van ontwikkeling. De vrouw op de foto staat in het water. Het kenmerk van het element water is ‘verbinden’, zowel in de fysieke als in de subtiele hoedanigheid. Om die verbinding vorm te geven heeft ze zich naar het licht toegekeerd (herinneren). Door zich van ik, mij en mijn af te wenden en tot het Licht te komen, heeft ze zich ‘bekeerd’.  Licht symboliseert het intellect. Wanneer een mens van het licht (intellect) is afgewend dan doet het zich voor in zijn fysieke hoedanigheid, het licht laat de mens zien wat hij niet is (Plato, mythe van de grot).  Door verbinding met het element vuur (licht) beweegt het gewaarzijn zich naar de fijnere vorm van dat element in de richting van het intellect. Hierdoor zal onwetendheid (dat door vuur/kennis verbrand wordt) afnemen. Met behulp van het intellect wordt er onderscheid gemaakt tussen waar en onwaar. Wanneer een mens in onwetendheid verkeert dan komt dat omdat het intellect versluierd is. Hierdoor kan door zijn handelen geen volledige oplossing plaatsvinden. In het Sanskriet wordt intellect (onderscheidend vermogen) aangeduid met Buddhi. Wanneer het intellect, Buddhi, volledig gezuiverd is dan wordt die mens Buddha genoemd. De woorden Buddha en Christus hebben feitelijk dezelfde betekenis (volledige verlichting).

 

  1. Al de artikelen die onder mijn naam geplaatst zijn, zijn niet makkelijk om te lezen. Ons gewoontepatroon, ‘ik’, staat dat niet toe. Door uzelf er toe te brengen om aandacht aan de tekst te geven (steeds opnieuw), want die doet zich aan u voor, brengt u bovenstaande in praktijk. Uit de verandering in uw gewaarzijn, die u kunt opmerken, vertelt het intellect u of het wel of niet waar is wat er staat. Niet uw mening er over. Succes.
Johan Schoots