DAT is wat je bent.

Als we zeggen dat we iets begrijpen dan zeggen we dat we het kennen. Een ander woord voor begrijpen is vatten of omvatten. Om iets te kennen moet het dus ‘omvat/begrepen’ kunnen worden. Dat betekent dat dat wat kent groter is dan dat wat gekend wordt. Kennen heeft altijd betrekking op iets van de schepping. De schepping wordt gekenmerkt door beweging c.q. door verandering. Een beweging kan gekend worden. Een geluid kan gehoord worden. Dit is uitsluitend mogelijk omdat de ‘kenner’ bewegingloos en stil is. Alles in de schepping heeft een vorm. Zowel fysiek als mentaal en causaal. Als alles in de schepping (alle vormen) gekend, dus omvat, kan worden dan ligt het voor de hand dat dat wat kent groter is en boven vorm uitstijgt. Dus vormloos is. Om die reden kunnen we de kenmerken van de ultieme Kenner zoals, Leven, Waarheid, Liefde en Weten, niet rechtstreeks kennen. Ze worden gekend in hun uitwerking, dus als ze in hun openbaring aan de schepping, vorm krijgen.

In de Upanishads wordt hier o.a. in de volgende tekst naar verwezen (uit Sanskriet vertaald).

DAT wat hoort, kan niet gehoord worden.
DAT wat voelt, kan niet gevoeld worden.
DAT wat ziet, kan niet gezien worden.
DAT wat proeft, kan niet geproefd worden.
DAT wat ruikt, kan niet geroken worden.

DAT ben jij (Tat tvam asi).

Johan Schoots